Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Zoekstrategie: Formuleren zoekvraag

Algemeen

Inlezen

Met een goede, heldere zoekvraag vind je het meest relevante materiaal. Verdiep je dus van te voren in je onderwerp en bepaal wat je wilt weten. Bedenk bijvoorbeeld of je basiskennis zoekt of meteen de diepte in wilt.

Je kunt je oriënteren op je onderwerp door bijvoorbeeld standaardwerken, handboeken en encyclopedieën uit het vakgebied te raadplegen, of kijk eens op Wikipedia. Hierdoor krijg je een beter beeld van de bestaande kennis over je onderwerp (o.a. begrippen, definities en theorieën). Ook kun je boeken en/of artikelen van een auteur die geldt als een kenner van het onderwerp erop naslaan. Vraag een deskundige om tips en suggesties.

Een goede zoekvraag

Een goede zoekvraag bestaat uit verschillende goed afgebakende en zoveel mogelijk meetbare elementen. Hoe beter je je onderwerp kunt benoemen, des te preciezer zal je vraag zijn. Als je je onderwerp niet precies kunt benoemen, dan zullen je zoekresultaten niet of minder relevant zijn.

Bijvoorbeeld:

  • “Is het mooi weer?” (is te vaag)
  • “Is het gedurende een jaar altijd mooi weer in Nederland in de periode april tot en met september?” (is al minder vaag)

Meetbaar en beter is:

  • "Hoeveel jaarlijkse zomerse dagen kende Nederland vanaf 1900 tot 2000? (Een zomerse dag is een dag met een maximumtemperatuur van 25,0 graden Celsius of hoger)."
  • "Wat is de maand met gemiddeld het laagste aantal zonuren over de periode 1900 tot 2000"

 

Zoektermen bedenken

Het bedenken van de juiste zoektermen is een van de belangrijkste onderdelen van je zoekstrategie.

Ga bij elk onderdeel van je zoekvraag op zoek naar de bijbehorende termen. Denk hierbij aan:

  • ​synoniemen (trouwerij / bruiloft)
  • bredere termen (universiteit / hoger onderwijs)
  • smallere termen (kinderen / kleuters)
  • verwante termen (training / coaching)
  • antoniemen (termen met een tegenovergestelde betekenis, zoals ouder en kind of ziek en gezond)
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • termen die iets zeggen over tijd en ruimte (bijv. periodes, eeuwen, plaatsnamen, landen) 
  • voorkom 'bias' in je zoektermen, je wilt niet het resultaat van je zoekactie in een bepaalde richting sturen

Denk bij elk van deze termen ook aan de verschillende woordvormen:

  • bijvoorbeeld enkelvoud / meervoud 
  • werkwoordvervoegingen
  • zelfstandig / bijvoeglijk naamwoord e.d.)
  • spellingsvarianten (labor / labour)
  • gebruikte afkortingen
  • vertaling naar voor onderwerp en vakgebied relevante talen

​Corrigeer je zoektermen naar aanleiding van wat je tegen komt in je zoekresultaten. Als je dit van het begin af aan doet zie je snel welke (nieuwe) termen de juiste resultaten opleveren en welke niet. Herhaal dit zolang als nodig.

Je hoeft niet alles zelf te verzinnen. Maak gebruik van hulpmiddelen:

  • woorden uit een verkenning op bijvoorbeeld Wikipedia
  • woorden uit de zoekresultaten van zoekmachines
  • woorden uit reeds gevonden bronnen, bijvoorbeeld door de auteur meegeleverde trefwoorden (author keywords)
  • woordenboeken
  • thesauri (overzichten van geselecteerde woorden of concepten en hun onderlinge relatie binnen een bepaald interesse- of vakgebied, vaak aangeboden bij grote zoeksystemen)

Welke zoeksystemen gebruik ik?

Zoekprofiel: leg je keuzes vast

Bij belangrijke zoekacties voor een groter werkstuk of thesis is het een goed idee om als onderdeel van je zoekstrategie een zoekprofiel te maken. Met andere woorden: schrijf op in een document wat je gaat doen / gedaan hebt en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen / lagen.

In een zoekprofiel zet je bijvoorbeeld:

  • je zoekvraag
  • de hoofdelementen/variabelen uit die vraag
  • eventuele beperkingen (tijd, plaats, publicatiejaar, taal)
  • het soort informatie dat je zoekt en de daarbij behorende publicatievormen (artikelen, social media)
  • de zoektermen en alternatieve zoektermen voor elk van je hoofdelementen en afbakeningen
  • de te kiezen / gekozen zoekmethodes (wellicht meerdere)
  • de te kiezen / gekozen zoekmachines (op basis van inhoud, gewenste publicatievormen en zoekmethode)

Tijdens het zoeken kun je uiteraard zaken wijzigen, toevoegen of afstrepen als ze zijn gedaan of (bij zoektermen bijvoorbeeld) toch niet nuttig bleken.