Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training bij cursus GEO2-1118 en GEO2-4117: 2. Zoekprofiel maken

informatievaardigheden bachelor aardwetenschappen en fysische geografie t.b.v.veldwerk Frankrijk en Spanje

ZOEKPROFIEL MAKEN: opdrachten

Geschatte tijd: 45 min.

  1. Verken je onderwerp inhoudelijk o.a. met behulp van de hiernaast genoemde bronnen. Vertaal als je onderwerp in het Nederlands is gegeven dat eerst naar het Engels.
  2. Maak met hulp van de informatie hiernaast een zoekprofiel compleet met onderwerpsafbakening + centrale vraag + elementen/concepten in die vraag + mogelijke zoektermen en leg dat alles vast op het uitgedeelde formulier. Sommige keuzes, zoals te gebruiken zoekmachines/databases, liggen daarop al vast.

Let op!: soms heeft een gegeven onderwerp niet de vorm van "het effect van A op B" maar gaat het om het het voorkomen of aspecten van één proces/fenomeen. In dat geval is je aanpak dus meer inventarisend/beschrijvend. Dat betekent dat je op het formulier dus ook slechts één element/concept hebt, met eventueel daarbij een gebiedsafbakening.

Aardwetenschappelijke onderwerpen verkennen

Een eerste fase bij het zoeken van informatie is een korte inhoudelijke verkenning. Je stelt jezelf vragen als:

  • Wat betekenen de termen precies in mijn (opgekregen) onderwerp?
  • Waar en wanneer speelt het?
  • Vanuit welke subdiscipline van de aardwetenschappen wordt het onderwerp vooral bestudeerd?
  • Zijn ook andere disciplines van belang voor bestudering van het onderwerp?
  • Waar maakt het proces/fenomeen deel van uit?
  • Welke aspecten zitten aan het proces/fenomeen?
  • Wat staat al vast, is reeds bewezen en wat wordt nog onderzocht of is nog helemaal niet onderzocht?

Om deze vragen te beantwoorden kun je een korte verkenning doen met behulp van enkele van deze naslagwerken en zoekmachines:

Veel van deze online naslagwerken zijn ook in te zien als gedrukt boek, collectie G-REF (2e verdieping, kast 1), rubrieken D en F.

Zoekprofiel: leg je keuzes vast

Bij belangrijke zoekacties voor een groter werkstuk of thesis is het een goed idee om als onderdeel van je zoekstrategie een zoekprofiel te maken. Met andere woorden: schrijf op in een document wat je gaat doen / gedaan hebt en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen / lagen.

In een zoekprofiel zet je bijvoorbeeld:

  • je zoekvraag
  • de hoofdelementen/variabelen uit die vraag
  • eventuele beperkingen (tijd, plaats, publicatiejaar, taal)
  • het soort informatie dat je zoekt en de daarbij behorende publicatievormen (artikelen, social media)
  • de zoektermen en alternatieve zoektermen voor elk van je hoofdelementen en afbakeningen
  • de te kiezen / gekozen zoekmethodes (wellicht meerdere)
  • de te kiezen / gekozen zoekmachines (op basis van inhoud, gewenste publicatievormen en zoekmethode)

Tijdens het zoeken kun je uiteraard zaken wijzigen, toevoegen of afstrepen als ze zijn gedaan of (bij zoektermen bijvoorbeeld) toch niet nuttig bleken.

Publicatievormen: elk zijn eigen rol

In de wetenschap worden vele verschillende soorten publicatievormen passief (als bron) en actief (als manier om informatie te verspreiden) gebruikt. Actief gaat het vooral om tijdschriftartikelen en boeken, passief wordt een veel breder scala gebruikt. Een overzicht van de verschillende vormen met welke soorten informatie je daarin gemiddeld kunt aantreffen of waarvoor je het kunt gebruiken:

  • boek (monografie): onderscheid zich door theorie, diepgang, contemplatie, context, (historisch) overzicht
  • boek (bundel, ook wel 'edited volume'): case studies, plaatsing nieuwe theorie
  • proefschrift (monografie of bundel artikelen): resultaat van uitgebreid onderzoek, met vaak uitputtende literatuurlijst
  • wetenschappelijk artikel: onderzoeksresultaten, actuele wetenschappelijke discussie
  • systematic review: meta-artikel met overzicht empirisch bewezen inzichten
  • naslagwerken (encyclopedie of vakwoordenboek): definities, feiten, geaccepteerde theorie en beschrijvingen
  • handboeken: theorie, overzicht belangrijkste inzichten, plaatsing binnen discipline
  • rapporten: beleid(sevaluaties), doelstellingen organisaties
  • kranten, online media: nieuws(analyse), opinie
  • blogs, sociale media: (bespreking van) nieuws, ideeën, discussie
  • onderzoekdatasets: bron van data voor repliceren onderzoek
  • statistieken: bron voor kwantitatief empirisch onderzoek
  • kaarten en geodata: als bron van informatie, als tool voor ruimtelijke analyse of juist voor weergave van ruimtelijke gegevens
  • video: meestal als bron verhalen, discussie en visuele waarneming

Voor sommige soorten bronnen zijn er zelfs aparte LibGuides:

 

Keuze jaren / talen

Jaren:

  • In de aardwetenschappen verouderen de bronnen in veel specialisaties niet snel. Weliswaar zijn er steeds nieuwe inzichten waardoor conclusies uit oudere artikelen nu niet meer gelden, maar de waarnemingen en meetresultaten van ouder onderzoek zijn vaak nog zeer waardevol!
  • Beperk in deze cursus alleen op jaar als je geen ander criterium meer kunt bedenken om je zoekopdracht specifieker te maken.

Talen:

  • Voor aardwetenschappelijk onderzoek is Engels de belangrijkste taal, daarna Russisch, Frans, Chinees en Duits.
  • Zoek in deze cursus Engelstalige wetenschappelijke bronnen. Alleen rapporten zou je eventueel ook in het Nederlands en Spaans of Frans kunnen zoeken als je die talen beheerst.

Speciale hulpmiddelen voor zoektermen geowetenschappen

Voor wetenschappelijke termen:

Voor geografische namen:

veel meer Geo gazetteers en namendatabases via UNGEGN

 

NB Let bij geografische namen op dat deze door de tijd kunnen wijzigen (Indië-Indonesië, Birma-Myanmar) en dat de spelling soms heel subtiel verschilt in verschillende talen (Chili-Chile, Birma-Burma).

Zoektermen bedenken

Het bedenken van de juiste zoektermen is een van de belangrijkste onderdelen van je zoekstrategie.

Ga bij elk onderdeel van je zoekvraag op zoek naar de bijbehorende termen. Denk hierbij aan:

  • ​synoniemen (trouwerij / bruiloft)
  • bredere termen (universiteit / hoger onderwijs)
  • smallere termen (kinderen / kleuters)
  • verwante termen (training / coaching)
  • antoniemen (termen met een tegenovergestelde betekenis, zoals ouder en kind of ziek en gezond)
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • termen die iets zeggen over tijd en ruimte (bijv. periodes, eeuwen, plaatsnamen, landen) 

Denk bij elk van deze termen ook aan de verschillende woordvormen:

  • bijvoorbeeld enkelvoud / meervoud 
  • werkwoordvervoegingen
  • zelfstandig / bijvoeglijk naamwoord e.d.)
  • spellingsvarianten (labor / labour)
  • gebruikte afkortingen
  • vertaling naar voor onderwerp en vakgebied relevante talen

​Corrigeer je zoektermen naar aanleiding van wat je tegen komt in je zoekresultaten. Als je dit van het begin af aan doet zie je snel welke (nieuwe) termen de juiste resultaten opleveren en welke niet. Herhaal dit zolang als nodig.

Je hoeft niet alles zelf te verzinnen. Maak gebruik van hulpmiddelen:

  • woorden uit een verkenning op bijvoorbeeld Wikipedia
  • woorden uit de zoekresultaten van zoekmachines
  • woorden uit reeds gevonden bronnen, bijvoorbeeld door de auteur meegeleverde trefwoorden (author keywords)
  • woordenboeken
  • thesauri (overzichten van geselecteerde woorden of concepten en hun onderlinge relatie binnen een bepaald interesse- of vakgebied, vaak aangeboden bij grote zoeksystemen)