Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training bij Culturele Antropologie 1: Inleiding in CA 2018-2019: Onderwerp:

opdracht 1

In het studieonderdeel Culturele antropologie 1 maak je een geannoteerde bibliografie. Voor het zoeken van het wetenschappelijk materiaal gebruik je deze Libguide

Opdracht 1: Onderwerp afbakenen

De werkgroepdocent heeft in de eerste werkgroep het thema en vijf afbakeningen op het thema aangegeven waarover literatuurbronnen moeten worden verzameld die in de geannoteerde bibliografie moeten komen te staan.
Met je peergroup heb je één afbakening gekozen of toegewezen gekregen.
Peergroups moeten binnen het thema en (theoretische) afbakening zelf de:

  • locatie/regio
  • het onderwerp/discussie
  • en de casus

bedenken.

Opdracht:

Baken met je groepje het onderwerp verder af (zie tips in de kolom hiernaast op deze pagina).

Vul je uitwerking hiervan in op het formulier dat je kunt vinden op de introductiepagina van deze training.

Afbakenen van je onderwerp

Afbakenen

Je onderwerp moet bij het zoeken naar literatuur zo eenduidig mogelijk worden geformuleerd. Soms is dit lastig als je nog niet bekend bent met het onderwerp. Door je te oriënteren op literatuur die je vindt kun je steeds meer helder krijgen wat precies jouw vraagstuk is. Tijdens het zoeken kom je er ook achter of je ergens te veel of juist te weinig over kunt vinden. Ook dat geeft richting aan de keuzes die je maakt met betrekking tot afbakenen van je onderwerp. Je kunt dus, na je eerste afbakening, ook tijdens het zoeken je onderwerp nog verder afbakenen op basis van wat je vindt (of juist niet vindt).

Tips:

Bedenk vooraf het volgende:

  • Wat wil ik onderzoeken?
  • Wat moet mijn onderzoek of betoog bewijzen?
  • Naar wat voor antwoord ben ik op zoek?

Probeer dan antwoorden te vinden op zoveel mogelijk van de onderstaande vragen:

  • Wie zijn er betrokken bij je onderwerp?
  • Wat betekent je onderwerp? (definities, begrippen)
  • Waar komt je onderwerp voor? (geografisch)
  • Wanneer komt je onderwerp voor? (tijdsperiode)
  • Waarom gebeurt je onderwerp en/of waarom is het een probleem?
  • Op welke manier (hoe) gebeurt je onderwerp? (welke processen spelen een rol)

Algemeen voorbeeld:

Niet helder zijn formuleringen als:

  • Ik zoek informatie over fietsongevallen
  • Ik zoek informatie over fietsers in Nederland

Helder is de volgende formulering:

  • Ik zoek (Engels- en Nederlandstalige) informatie over statistieken van fietsongevallen in Nederland van de afgelopen 5 jaar

Voorbeeld bij deze opdracht:

De werkgroepdocent geeft aan dat het denkbeeldige literatuuronderzoek zal moeten gaan over het thema ‘grondstofwinning in Afrika’. Een afbakening zou dan kunnen zijn om te kijken naar de economische gevolgen van de grondstofwinning voor de lokale bevolking. De peergroup mag dan zelf kiezen om bijvoorbeeld een literatuuronderzoek te doen naar de economische gevolgen van de diamantwinning voor de lokale bevolking in Angola, of de economische gevolgen van oliewinning voor mensen in Nigeria (het wie, wat en waar).

Vervolgens bepaal je dan nog verder wat je onderwerp precies betekent (begrippen definiëren) en eventueel over welke tijdsperiode het gaat (wanneer). Je kunt ook nadenken over waarom dit onderwerp voorkomt of een probleem is en hoe dit gebeurt (welke processen spelen een rol).

De antwoorden op deze vragen (je kunt en hoeft ze niet altijd allemaal te beantwoorden) helpen je straks bij het vinden van de juiste zoektermen bij je zoekvraag en daarmee bij het vinden van de juiste bronnen. Zie hiervoor het volgende tabblad.