Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training Master ASW Jeugdstudies: Opdracht 2.
Literatuursearch
(Hoe zoek je?)

Opdracht 2. Zoekstrategie opstellen

Bedenk zoektermen die relevant zijn voor zowel je hoofdvraag als ook voor je deelvragen. Vul de zoektermen (en combinaties van zoektermen) in op het formulier.

Gebruik je (deel)vragen en de bijbehorende inclusiecriteria uit de eerste opdracht als basis voor het formuleren van zoektermen.

Denk na over waar je zoekt en hoe je gaat zoeken. Beschrijf dit beknopt op het formulier onder het kopje zoekstrategie.

Gebruik de oefeningen en aanwijzingen in de naastgelegen boxen.

Hoe zoek ik? Zoekmethodes

  • Sneeuwbalmethode: zoeken op basis van de kenmerken  van een publicatie die je al hebt gevonden. (auteur, verwijzingen, citaties, trefwoorden etc.) Het gaat vaak heel simpel door links te volgen in een zoekmachine, literatuurdatabase of verwijzingen uit de literatuurlijst in een boek. Je vindt met deze methode alleen oudere literatuur.
  • Citatiezoeken is een speciale vorm van de sneeuwbalmethode waarbij je citatielinks volgt. (Cited by in Google Scholar bijvoorbeeld) Je vindt met deze methode recentere literatuur.
  • Systematische methode: Het zoeken volgens een stappenplan om zoveel mogelijk relevante publicaties te vinden. Je combineert bij deze methode zoektermen d.m.v. operatoren.
  • Catalogusmethode: Met zelfbedachte zoektermen zoeken in een zoekmachine die literatuur in een bepaalde collectie/verzameling doorzoekbaar maakt. Bijvoorbeeld in WorldCat.

Zoektermen bedenken

Een voorwaarde voor succesvol zoeken is het gebruiken van de juiste zoektermen.

Algemene tips:

  1. Welke trefwoorden komen als eerste in je op wanneer je aan je onderwerp denkt? Noteer deze
  2. Gebruik Wikipedia, vakmatige encyclopedieën en reeds gevonden literatuur om de belangrijkste begrippen bij een onderwerp te achterhalen
  3. Denk "in termen van" het te vinden stuk: bedenk hoe datgene wat je zoekt, verwoord zal zijn (en in welke taal het staat) in het stuk dat je hoopt te vinden.
  4. Denk aan de verschillende soorten zoektermen: synoniemen, vertalingen, bredere en smallere termen etc..
  5. Corrigeer je zoektermen een paar keer naar aanleiding van wat je ziet in de zoekresultaten. Als je dat van het begin af aan doet zie je snel welke term de juiste resultaten oplevert en welke term niet. Herhaal dit zolang als nodig.Zo krijg je een grotere 'vangst' en minder 'bij-vangst' van niet-relevante stukken.
  6. Maak gebruik van hulpmiddelen die in veel zoeksystemen beschikbaar zijn (suggesties, indextermen, thesauri (overzichten van geselecteerde woorden of concepten en hun onderlinge relatie binnen een bepaald interesse- of vakgebied, vaak  aangeboden bij grote zoeksystemen), 'author keywords' e.d.)


Denk daarbij ook aan alle verschillende soorten termen:

  • synoniemen (trouwerij --> bruiloft)
  • bredere termen (universiteit --> hoger onderwijs)
  • smallere termen (kinderen --> kleuters)
  • verwante termen (coaching --> training)
  • antoniemen (woorden met tegenovergestelde betekenis, zoals 'ouder' en 'kind' of 'ziek' en 'gezond')
  • vertaling naar voor onderwerp en vakgebied relevante talen (meestal Engels, de meeste databases en zoekmachines zijn in het Engels)
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • Denk bij elk van deze termen ook aan de verschillende woordvormen (enkelvoud, meervoud e.d.), spellingsvarianten (labor en labour bijv) en eventuele afkortingen


In de speciale LibGuide Zoektermen bedenken UBU LibGuide zoektermen bedenken vind je meer over zoektermen bedenken.

Zoekstrategie: wat, waar, hoe?

Voor een effectieve zoekstrategie kun je jezelf 4 vragen stellen:

1.    Wat zoek ik?
a. Over welk onderwerp zoek je informatie?
b. In welk type document kun je die informatie vinden?

2.    Waar zoek ik?
Kies de meest geschikte databank/catalogus/website, etc.; dat is afhankelijk van het antwoord op vraag 1a en 1b. De UB geeft per vakgebied toegang tot zoeksystemen.

3.    Hoe zoek ik?
a. Zoek efficiënt: gebruik relevante zoektermen en benut de functionaliteit van databank/zoekmachine etc.
b. Er zijn verschillende zoekmethodes. De bibliografische (met zoektermen zoeken in wetenschappelijke zoekmachines) en de sneeuwbalmethode (uitgaan van iets wat je al hebt) zijn de belangrijkste. Hoe je deze methodes precies kunt inzetten hangt af van de mogelijkheden die de zoekmachine biedt.

4.    Hoe selecteer/beoordeel ik?
a. Geeft de gevonden informatie antwoord op je onderzoeks(deel)vraag en
b. Is de kwaliteit van deze informatie goed?

In de LibGuide Zoekstrategie lees je meer over het opzetten van een zoekstategie.

Mindmappen

Mindmappen kan een goede en leuke manier zijn om zoektermen te bedenken.

Een mindmap is een diagram opgebouwd uit begrippen, teksten, relaties en/of plaatjes, die zijn geordend in de vorm van een boomstructuur rond een centraal thema, bijvoorbeeld (een onderdeel van) je zoekvraag.

Kijk eerst even naar het volgende filmpje voor een uitleg:

https://www.youtube.com/watch?v=-cJhrTWC94U

Veel plezier!

mindmap

Combineren van zoektermen

Als je in een zoekactie meer dan één zoekterm gebruikt zoeken zoekmachines vaak naar documenten waar alle genoemde termen in voorkomen. Wil je iets anders dan moet je dat zelf aangeven met zogenaamde operatoren ('Booleaans zoeken').

Veelgebruikte operatoren zijn:

AND: alle termen moeten voorkomen
Hiermee combineer je verschillende aspecten van je onderwerp.
Voorbeeld:
televisiekijken AND gedragsstoornissen AND kinderen

OR: minimaal één van de termen moet voorkomen
Hiermee kun je verschillende varianten van één aspect combineren.
Voorbeeld:
televisie OR tv OR television
behaviour OR behavior

of bijv. ook enkel- en meervoud als die beide mogelijk zijn:
kind OR kinderen OR child OR children

NOT : de term mag niet voorkomen
Voorbeeld:
mode NOT kleding

"... ...": termen moeten in exact deze volgorde voorkomen
Voorbeeld:
"Franse revolutie"

Bij ingewikkelde zoekvragen waarbij je bijv. verschillende varianten van verschillende aspecten combineert, moet je zelf met haakjes aangeven hoe de zoekmachine ermee om moet gaan.
Voorbeeld:
(televisie OR tv OR television) AND (gedrag OR behavior OR behaviour) AND (kinderen OR children)

LET OP! Operatoren en de betekenis ervan kunnen per database verschillen.

Verschillende varianten van een zoekterm in één keer: afbreken op de stam *

* : Door een asterisk achter de 'stam' van een woord te plaatsen ('trunceren') zoek je op alle mogelijke varianten waarin de woordstam gevolgd wordt door één of meer letters.
Bijvoorbeeld:
   behavio*
om in één keer te zoeken naar
   behaviour, behavior, behavioural, behavioral, behaviorism, ...