Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

BIO jaar 2 - Ontwikkelingsbiologie: 2b. Zoekmethoden

OPDRACHT: Zoekmethodes

- Lees de bovenste twee boxen hieronder: over Zoekstrategie en over Zoekmethoden. (De andere twee boxen komen straks nog aan bod).

- Ga vervolgens verder met het volgende onderdeel: 'Sneeuwbalmethode

Zoekstrategie: wat, waar, hoe?

Voor een effectieve zoekstrategie kun je jezelf 4 vragen stellen:

1.    Wat zoek ik?
a. Over welk onderwerp zoek je informatie?
b. In welk type document kun je die informatie vinden?

2.    Waar zoek ik?
Kies de meest geschikte databank/catalogus/website, etc.; dat is afhankelijk van het antwoord op vraag 1a en 1b. De UB geeft per vakgebied toegang tot zoeksystemen.

3.    Hoe zoek ik?
a. Zoek efficiënt: gebruik relevante zoektermen en benut de functionaliteit van databank/zoekmachine etc.
b. Er zijn verschillende zoekmethodes. De bibliografische (met zoektermen zoeken in wetenschappelijke zoekmachines) en de sneeuwbalmethode (uitgaan van iets wat je al hebt) zijn de belangrijkste. Hoe je deze methodes precies kunt inzetten hangt af van de mogelijkheden die de zoekmachine biedt.

4.    Hoe selecteer/beoordeel ik?
a. Geeft de gevonden informatie antwoord op je onderzoeks(deel)vraag en
b. Is de kwaliteit van deze informatie goed?

In de LibGuide Zoekstrategie lees je meer over het opzetten van een zoekstategie.

Zoektermen bedenken

Het bedenken van de juiste zoektermen is een van de belangrijkste onderdelen van je zoekstrategie.

Ga bij elk onderdeel van je zoekvraag op zoek naar de bijbehorende termen. Denk hierbij aan:

  • ​synoniemen (trouwerij / bruiloft)
  • bredere termen (universiteit / hoger onderwijs)
  • smallere termen (kinderen / kleuters)
  • verwante termen (training / coaching)
  • antoniemen (termen met een tegenovergestelde betekenis, zoals ouder en kind of ziek en gezond)
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • termen die iets zeggen over tijd en ruimte (bijv. periodes, eeuwen, plaatsnamen, landen) 

Denk bij elk van deze termen ook aan de verschillende woordvormen:

  • bijvoorbeeld enkelvoud / meervoud 
  • werkwoordvervoegingen
  • zelfstandig / bijvoeglijk naamwoord e.d.)
  • spellingsvarianten (labor / labour)
  • gebruikte afkortingen
  • vertaling naar voor onderwerp en vakgebied relevante talen

​Corrigeer je zoektermen naar aanleiding van wat je tegen komt in je zoekresultaten. Als je dit van het begin af aan doet zie je snel welke (nieuwe) termen de juiste resultaten opleveren en welke niet. Herhaal dit zolang als nodig.

Je hoeft niet alles zelf te verzinnen. Maak gebruik van hulpmiddelen:

  • woorden uit een verkenning op bijvoorbeeld Wikipedia
  • woorden uit de zoekresultaten van zoekmachines
  • woorden uit reeds gevonden bronnen, bijvoorbeeld door de auteur meegeleverde trefwoorden (author keywords)
  • woordenboeken
  • thesauri (overzichten van geselecteerde woorden of concepten en hun onderlinge relatie binnen een bepaald interesse- of vakgebied, vaak aangeboden bij grote zoeksystemen)

Hoe? Zoekmethoden

Sneeuwbalmethode: zoeken op basis van de kenmerken (auteur,  trefwoorden etc.) van iets dat je al hebt. Het gaat vaak heel simpel door handige links ('related', 'simililar' ) te volgen in een zoekmachine.

Citatiezoeken: een speciale vorm van de sneeuwbalmethode waarbij je citatielinks volgt ('references', 'cited by'), vaak van een sleutelreferentie.

Systematische methode: met zelfbedachte zoektermen zoeken in met zoekmachine die literatuur op een bepaald vakgebied (of alle vakgebieden) doorzoekbaar maakt ongeacht beschikbaarheid.

Catalogusmethode: met zelfbedachte zoektermen zoeken in met zoekmachine die literatuur in een bepaalde (papieren of digitale) collectie/verzameling doorzoekbaar maakt.

TIPS:

  • Handigheidjes van de zoekmachines gebruiken: filteren, gerelateerde bronnen, etc. 
  • Heen en weer gaan tussen je gebruikte zoektermen en je zoekresultaat om dit te verbeteren
  • Te weinig resultaten?  Minder en bredere termen, trunceren, OR ipv AND, andere bron.
  • Te veel resultaten? Meer en specifiekere termen, exact phrase, AND ipv OR, filteren

Zoekprofiel: leg je keuzes vast

Bij belangrijke zoekacties voor een groter werkstuk of thesis is het een goed idee om als onderdeel van je zoekstrategie een zoekprofiel te maken. Met andere woorden: schrijf op in een document wat je gaat doen / gedaan hebt en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen / lagen.

In een zoekprofiel zet je bijvoorbeeld:

  • je zoekvraag
  • de hoofdelementen/variabelen uit die vraag
  • eventuele beperkingen (tijd, plaats, publicatiejaar, taal)
  • het soort informatie dat je zoekt en de daarbij behorende publicatievormen (artikelen, social media)
  • de zoektermen en alternatieve zoektermen voor elk van je hoofdelementen en afbakeningen
  • de te kiezen / gekozen zoekmethodes (wellicht meerdere)
  • de te kiezen / gekozen zoekmachines (op basis van inhoud, gewenste publicatievormen en zoekmethode)

Tijdens het zoeken kun je uiteraard zaken wijzigen, toevoegen of afstrepen als ze zijn gedaan of (bij zoektermen bijvoorbeeld) toch niet nuttig bleken.