Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training KGW Master: 1. Zoekvraag opstellen

Training literatuur zoeken voor studenten Fysiotherapiewetenschappen, Verplegingswetenschappen en Logopediewetenschappen

Leerdoel

In dit onderdeel leer je hoe je een goede zoekvraag opstelt.

OPDRACHT 1

Lees de tekst in het blok 'Waarom is een goede zoekvraag belangrijk?' hiernaast.

Open PubMed via de ingang 'zoeksystemen' van de Universiteitsbibliotheek. 

Type in de zoekbalk van PubMed de naam van de aandoening waar je literatuur over wilt vinden en klik op ‘Search’. Hoeveel treffers vind je?

OPDRACHT 2

Lees de tekst in de blokken 'De onderdelen van een goede zoekvraag'  en 'Voorbeelden van zoekvragen' hiernaast.

Probeer een goede zoekvraag op te stellen voor je literatuuronderzoek (bv. met behulp van de DDO-methode). Bespreek je zoekvraag met je medestudenten en (zo mogelijk) met je begeleider.

Waarom is een goede zoekvraag belangrijk?

Het loont de moeite om je zoekactie goed voor te bereiden. Zomaar wat termen invoeren in een zoekmachine levert vaak een veel te groot aantal resultaten op, waarvan slechts een klein aantal relevant is. Je ziet dan door de bomen het bos niet meer.

Door efficiënt te zoeken kun je veel tijd besparen. Dit begint met het nadenken over je zoekvraag: wat wil je precies weten?

De onderdelen van een goede zoekvraag

Een goede zoekvraag bestaat uit verschillende onderdelen, die je elk zo precies mogelijk omschrijft. Hoe specifieker je elk onderdeel omschrijft, hoe beperkter (en relevanter!) straks het aantal zoekresultaten zal zijn!

Een handige manier is het maken van een zogenoemde driedelige zoekvraag, die bestaat uit de volgende onderdelen (DDO):

  1. Domein: de kenmerken van de patiënt of de populatie, en/of de naam van de ziekte.
    (‘Waar wil je iets over weten?’)
  2. Determinant: het aspect van de betreffende ziekte dat je wilt onderzoeken. Het kan hierbij gaan om behandeling, een diagnostische test, blootstelling aan een risicofactor of een ander aspect van de ziekte.
    (‘Wat wil je hierover weten?’)
  3. Outcome: de uitkomst (indien van toepassing): bijvoorbeeld het effect van een behandeling op een of meerdere symptomen, de sterftekans, of het optreden van een ziekte na blootstelling aan een risicofactor.
    (‘Waartoe wil je dat weten?’)

Niet elke vraag zal precies drie onderdelen hebben, soms heb je maar twee onderdelen nodig. Dit is o.a. afhankelijk van het type vraag dat je hebt (bv. een vraag over behandeling, diagnose, prognose of etiologie (= de oorzaak van een ziekte).

Voorbeelden van zoekvragen

Een paar voorbeelden (NB: niet specifiek voor Klinische Gezondheidswetenschappen):

  1. In women over fifty with dilated cardiomyopathy (DOMAIN), does the drug warfarin (DETERMINANT) lead to reduced morbidity and mortality due to thromboembolism (OUTCOME)? (therapie/behandeling)
  2. In newborn babies (DOMAIN), does a vitamin K injection (DETERMINANT) increase the risk of childhood leukemia (OUTCOME)? (etiologie)
  3. For pregnant women (DOMAIN), what is a more accurate diagnostic test for detecting Down’s syndrome (OUTCOME): nuchal translucency ultrasound screening combined with serum biochemistry, or amniocentesis (DETERMINANT)? (diagnose)
  4. In people over 70 who have had more than three transient ischaemic attacks (TIA's) (DOMAIN), what is the risk of a stroke (OUTCOME)? (prognose)

Bron: Glasziou P., Del Mar C. and Salisbury J. Evidence-Based Practice Workbook. 2nd Ed. Malden, MA: Blackwell (2007)