Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training bronnen zoeken en gebruiken bij cursus GEO1-3052 : 4. Bronnen evalueren

Ruimtelijke vraagstukken in Nederland

BRONNEN EVALUEREN: opdrachten

Geschatte tijd: 10 min.

  1. Bekijk kort de tips hiernaast.
  2. Zorg dat je op het fomulier bij al jhe bronnen aangeeft of je denkt dat deze wetenschappelijk is (W), professioneel/vakmatig (V) of populair/journalistiek (P)

Hoe bepaal je de relevantie van bronnen

Om te bepalen of een stuk relevant is kun je deze vragen aflopen:

  1. Helpt de bron bij het beantwoorden van je hoofdvraag/deelvragen?
  2. Beantwoordt je bron je gehele vraag/deelvraag of slechts een aspect ervan?
  3. In welke mate stemt de hoofdvraag van je gevonden bron overeen met je eigen vragen?
  4. Hoe sterk lijkt het onderzoeksobject of de analyse-eenheid in het gevonden stuk op die in jouw paper/thesis? Het onderzoeksobject kan een periode zijn, of een persoon, een groep, een gebied, een stof, een ziekte, een proces etc..
  5. Is de context van het onderzoeksobject hetzelfde als in jouw geval?
  6. Wannneer is het stuk gepubliceerd en wanneer is het onderzoek waarover wordt geschreven uitgevoerd?

Bedenk dat je slechts zelden een bron vindt die je hoofd- en deelvragen geheel beantwoordt en die verslag doet van exact hetzelfde onderzoek of probleem als waar jij mee bezig bent.

Hoe bepaal je de wetenschappelijkheid van bronnen?

Bij het bepalen van de kwaliteit en wetenschappelijkheid van bronnen kun je uitgaan van drie soorten controle:

  1. Controle door anderen, voorafgaand aan publicatie
    • redactie: redacties van wetenschappelijke tijdschriften zijn strenger dan die van niet-wetenschappelijke tijdschriften
    • uitgever: sommige uitgevers geven alleen wetenschappelijke boeken uit
    • peer review: sommige tijdschriften en uitgevers vragen experts vooraf publicaties (blind) te beoordelen
    • zoekmachine/online bibliografie: sommige zoekmachines nemen alleen artikelen uit hoogwaardige, peer reviewed, tijdschriften op (Scopus en Web of Science bv.)
    • financier: sommige tijdschriften vereisen dat bij onderzoek wordt aangeduid wie het gefinancierd heeft (bv. bij artikelen over tests van nieuwe medicijnen)
  2. Controle door anderen, achteraf
    • besprekingen (bij boeken): hoe zijn de recensies over het boek?
    • citaties (vooral bij artikelen:): wordt het stuk vaak geciteerd (rekening houdend met de publicatiedatum) en vooral: wat wordt er over gezegd?
  3. Controle door jezelf
    • aanduiding van auteur en datering van de tekst (vooral bij webpagina's)
    • affiliatie van de auteur: de werkkring geeft soms wat extra zekerheid over wetenschappelijk niveau, bijvoorbeeld als de auteur bij een universiteit werkt
    • gebruik van bronnen uitgegeven door wetenschappelijke uitgevers
    • aanduiding doelgroep (vooral bij websites en rapporten)
    • aanwezigheid van expliciete vraagstellingen en conclusies
    • aanwezigheid van een verantwoording van de gebruikte methode: hoe heeft men het onderzoek aangepakt, waar komen gegevens vandaan?
    • aanwezigheid voldoende en hoogwaardige literatuurverwijzingen of noten: op welke inzichten baseert men zich?
    • het niveau van het taalgebruik

Rapporten: wetenschappelijk of niet?

rapporten gaan vaak over controversiƫle problemenIn veel vakgebieden zijn rapporten een rijke, actuele, goed leesbare bron met vaak veel concrete informatie en veel bronvermeldingen. Ze zijn gemaakt door auteurs van een organisatie of door gastauteurs (soms wetenschappers) die zijn ingehuurd. De uitgevende of betalende organisaties kunnen zijn:

  • ministeries
  • semi-overheid (bijvoorbeeld zorginstellingen en koepels daarvan)
  • denktanks van de overheid (in Nederland WRR, SCP, Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving, Raad voor de verkeersveiligheid etc.)
  • wetenschappelijke instituten van de overheid (NIOD, NIOZ, KNAW etc.)
  • internationale gouvernementele organisaties (VN, Europese Unie etc.)
  • statistische bureaus (CBS)
  • commerciële denktanks (Clingendael, Brookings, Pew etc.)
  • bedrijven
  • beroepsorganisaties (Nederlands Instituut van Psychologen, KNMG etc.)
  • brancheorganisaties en koepels
  • actiegroepen (Greenpeace, WWF, Human Right Watch etc.)
  • belangenverenigingen (ANWB etc.)
  • samenwerkende wetenschappers (IPCC klimaatpanel bv.)

Het niveau van de rapporten van deze organisaties kan heel hoog zijn, en soms worden wetenschappelijke maatstaven gehanteerd. In vrijwel alle gevallen is er echter een belanghebbende opdrachtgever die soms stuurt in wat wel en niet naar buiten wordt gebracht.

Soorten tijdschriften

Hoewel in alle periodieken over hetzelfde geschreven kan worden (klimaatverandering, de financiële crisis, popmuziek) zijn de verschillen tussen tijdschriften groot. Wetenschappelijke tijdschriften gebruik je om te kijken wat er over een onderwerp al bekend is uit onderzoek en om te citeren. Vakbladen gebruik je om je discipline en de organisatie er van te leren kennen en soms ook om te citeren. Opiniebladen informeren je over wat speelt in de maatschappij. De populaire tijdschriften zijn vooral enthousiasmerend en verstrooiend.

  wetenschappelijk tijdschrift vakblad opinieblad populair tijdschrift
auteurs altijd genoemd, altijd wetenschappers. meestal met aanduiding werkadres, redactie doet alleen soms inleiding meestal genoemd, meestal wetenschappers, redactie doet alleen soms inleiding meestal genoemd, soms anoniem, veel stukken door redactie meestal genoemd, soms anoniem, zeer veel stukken door redactie
betaling auteurs werken zonder betaling, redacteurs vaak zonder betaling, eindredactie betaalde professional betaalde kernredactie, auteurs werken gratis betaalde redactie, artikelen door anderen ook betaald betaalde kernredactie, artikelen vn free lancers ook betaald
bronnen vrijwel altijd literatuurverwijzingen, vaak >10 soms literatuurverwijzingen, vaak <5 meestal geen literatuurverwijzingen meestal geen literauurverwijzingen
kwaliteitscontrole peer review redactie redactie redactie
soort inhoud onderzoeksresultaten, analyse, discussie, veel jargon nieuws, trends in het vakgebied, kortere analytische stukken nieuws, interviews, achtergrond, discussie, politiek reportages, beeldartikelen
typerende artikellengte 2.500-10.000 woorden 400-2.000 woorden 500-1.500 woorden 300-1.200 woorden
paginanummering loopt vaak door over hele jaargang soms doorlopend, meestal per aflevering per aflevering per aflevering
design simpele cover, weinig foto's, veel grafieken, tabellen, scham's, zeer weining advertenties, veel regels over opbouw en opmaak artikel relatief goedkoop design, vrij veel advertenties veel nieuwsfoto's en foto's van personen, veel advertenties kleurrijk, veel foto's
typerende verschijningsfrequentie 4-10/j 8-12/j 26-52/j 12-52/j
voorbeelden PLOS One, Environment & Planning. Journal of bacteriology, American Economic Review, Physical Review, Studies in history Economisch Statistische Berichten, Geografie, Economist, Groene Amsterdammer, Elsevier, Vrij Nederland, Opzij, Time, Der Spiegel National Geographic, Avantgarde, Avenue, Elle, Quest, OOR

Sommige vakbladen zijn er op gericht een vak bij een breed publiek onder de aandacht te brengen en hebben daardoor veel kenmerken van een populair tijdschrift. Voorbeelden hiervan zijn: Historisch Nieuwsblad, Filosofie Magazine, Psychologie Magazine.

Websites evalueren

Als je informatie uit webpagina's wilt gebruiken moet je extra voorzichtig zijn en nadenken welke rol je die informatie geeft in je betoog of analyse.

Stel jezelf bij webpagina's de volgende vragen en wees erg voorzichtig als het antwoord vaak nee is.

  1. Is de naam van de auteur/maker beschikbaar (en is er meer over die auteur bekend)?
  2. Is er een (mail)adres van de auteur/maker?
  3. Is de webpagina vrij van (grote hoeveelheden) reclame?
  4. Is het taalgebruik zorgvuldig en foutloos?
  5. Is duidelijk hoe de informatie op de pagina tot stand is gekomen?
  6. Is er bronvermelding aanwezig (dus geen zinnen als 'uit onderzoek blijkt dat' zonder bronvermelding)?
  7. Is er onderbouwing van claims (dus geen zinnen zoals 'iedereen weet dat')
  8. Worden nuanceringen aangebracht of wijst alle informatie dezelfde kant op?
  9. Wordt aangegeven wat nog niet bekend of nog niet zeker is?
  10. Is aangegeven wanneer de pagina geschreven is of bijgewerkt?
  11. Is de pagina neutraal of in elk geval zonder een sterk commercieel of politiek doel?

Dit geldt uiteraard niet als je wetenschappelijke artikelen of e-books gebruikt die op websites staan.