Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Training bronnen zoeken en gebruiken bij cursus GEO1-3051 : 2. Zoekprofiel maken

Gebieden in mondiaal perspectief, bachelor sociale geografie en planologie

ZOEKPROFIEL MAKEN: opdrachten

Geschatte tijd: 45 min.

  1. Verken je onderwerp inhoudelijk o.a. met behulp van de hiernaast genoemde bronnen.
  2. Maak met hulp van de informatie hiernaast een zoekprofiel compleet met onderwerpsafbakening / centrale vraag en zoektermen en leg dat vast op het uitgedeelde formulier. Sommige keuzes, zoals te gebruiken zoekmachines, liggen daarop al vast. Gebruik de genoemde hulpmiddelen!

Zoekprofiel: leg je keuzes vast

Bij belangrijke zoekacties voor een groter werkstuk of thesis is het een goed idee om als onderdeel van je zoekstrategie een zoekprofiel te maken. Met andere woorden: schrijf op in een document wat je gaat doen / gedaan hebt en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen / lagen.

In een zoekprofiel zet je bijvoorbeeld:

  • je zoekvraag
  • de hoofdelementen/variabelen uit die vraag
  • eventuele beperkingen (tijd, plaats, publicatiejaar, taal)
  • het soort informatie dat je zoekt en de daarbij behorende publicatievormen (artikelen, social media)
  • de zoektermen en alternatieve zoektermen voor elk van je hoofdelementen en afbakeningen
  • de te kiezen / gekozen zoekmethodes (wellicht meerdere)
  • de te kiezen / gekozen zoekmachines (op basis van inhoud, gewenste publicatievormen en zoekmethode)

Tijdens het zoeken kun je uiteraard zaken wijzigen, toevoegen of afstrepen als ze zijn gedaan of (bij zoektermen bijvoorbeeld) toch niet nuttig bleken.

Sociaalgeografische en planologische onderwerpen verkennen

Een eerste fase bij het zoeken van informatie is een korte inhoudelijke verkenning. Je stelt jezelf vragen als:

  • Wat betekenen de termen precies in mijn (opgekregen) onderwerp?
  • Waar en wanneer speelt het?
  • Vanuit welke subdiscipline van de sociale geografie en planologie wordt het onderwerp vooral bestudeerd?
  • Zijn ook andere disciplines van belang voor bestudering van het onderwerp?
  • Waar maakt het proces/fenomeen deel van uit?
  • Welke aspecten zitten aan het proces/fenomeen?
  • (bij grote projecten zoals een thesis:) Wat staat al vast, is reeds bewezen en wat wordt nog onderzocht of is nog helemaal niet onderzocht?

Om deze vragen te beantwoorden kun je een korte verkenning doen met behulp van enkele van deze naslagwerken en zoekmachines:

Verken je onderwerp met naslagwerken

Voordat je je in zeer specialistische literatuur stort is het prettig wat meer over je onderwerp te lezen in naslagwerken. Er zijn naast de heel algemene multidisciplinaire naslagwerken ook duizenden onderwerpsgerichte naslagwerken die je veel steun kunnen bieden:

  • vak- en onderwerpsencyclopedieën: vaak omvangrijke boeken met tientallen tot duizenden korte stukken over allerlei aspecten van een onderwerp; vaak alfabetisch geordend;
  • handboeken: inleidende werken met tientallen vaak wat wat langere stukken die de huidige stand van kennis over allelei aspecten van een onderwerp samenvatten; veelal thematisch of op 'perspectief' geordend;
  • gidsen: doorgaans iets meer praktisch gerichte boeken die aangeven hoe je onderzoek kunt doen op een bepaald terrein.

In praktijk zijn er geen strakke grenzen tussen deze categorieën.

Deze soorten naslagwerken vind je relatief simpel met een gevanceerde zoekactie in de catalogus. Het voorbeeld hieronder maakt duidelijk hoe. In plaats van de term energy kun je willekeurig welk onderwerp invullen. Een groeiend deel van de resultaten is online raadpleegbaar.

Je kunt ook spelen met andere termen voor naslagwerken: dictionary, compendium, gazetteer, manual, textbook en eventueel woorden afbreken op de stam, bijvoorbeeld: encyclop*. Wil je niet-Engelstalig werk vinden, dan zul je natuurlijk ook met niet-Engelstalige termen moeten zoeken.

De allerbelangrijkste naslagwerken zijn vaak ook opgenomen in de lijst met zoeksystemen van de bibliotheek.

Publicatievormen: elk zijn eigen rol

In de wetenschap worden vele verschillende soorten publicatievormen passief (als bron) en actief (als manier om informatie te verspreiden) gebruikt. Actief gaat het vooral om tijdschriftartikelen en boeken, passief wordt een veel breder scala gebruikt. Een overzicht van de verschillende vormen met welke soorten informatie je daarin gemiddeld kunt aantreffen of waarvoor je het kunt gebruiken:

  • boek (monografie): onderscheid zich door theorie, diepgang, contemplatie, context, (historisch) overzicht
  • boek (bundel, ook wel 'edited volume'): case studies, plaatsing nieuwe theorie
  • proefschrift (monografie of bundel artikelen): resultaat van uitgebreid onderzoek, met vaak uitputtende literatuurlijst
  • wetenschappelijk artikel: onderzoeksresultaten, actuele wetenschappelijke discussie
  • systematic review: meta-artikel met overzicht empirisch bewezen inzichten
  • naslagwerken (encyclopedie of vakwoordenboek): definities, feiten, geaccepteerde theorie en beschrijvingen
  • handboeken: theorie, overzicht belangrijkste inzichten, plaatsing binnen discipline
  • rapporten: beleid(sevaluaties), doelstellingen organisaties
  • kranten, online media: nieuws(analyse), opinie
  • blogs, sociale media: (bespreking van) nieuws, ideeën, discussie
  • onderzoekdatasets: bron van data voor repliceren onderzoek
  • statistieken: bron voor kwantitatief empirisch onderzoek
  • kaarten en geodata: als bron van informatie, als tool voor ruimtelijke analyse of juist voor weergave van ruimtelijke gegevens
  • video: meestal als bron verhalen, discussie en visuele waarneming

Voor sommige soorten bronnen zijn er zelfs aparte LibGuides:

 

Keuze jaren / talen

Jaren:

  • In de sociale geografie en planologie verouderen de bronnen in veel specialisaties vrij snel. Dat heeft te maken met de snelle economsiche en sociale veranderingen in veel landen. Meer theoretische bronnen en stukken waarin juist de ontwikkeling over een langere periode wordt bestudeerd verouderen naturlijk minder snel.
  • Als vuistregel zou je kunnen zeggen dat je voor niet-theoretische informatie het beste bronnen kunt gebruiken die niet meer dan 10 jaar oud zijn. Gebruik niettemin de optie van zoekmachies en databases om te filteren/sorteren op jaar altijd pas in tweede instantie.

Talen:

  • Voor sociaal-geografisch en planologisch onderzoek is Engels de belangrijkste taal, daarna afhankelijk van het onderwerp Nederalands en eventueel andere talen.
  • Zoek in deze cursus vooral naar Engelstalige wetenschappelijke artikelen en boeken. De tijdschriften Geografie en Rooilijn bieden in respectievelijk de sociale geografie en de planologie heel goede en toegankelijke artikelen in het Nederlands. Voor sommige onderwerpen zijn er ook handboeken in het Nederlands.

De vier GIMP regio's

De vier regio's van GIMP kunnen verschillende benamingen hebben. Hieronder sataan er een paar die in (titels van publicaties) gebruikt worden. Er zijn ook overkoepelende namen bij van eenheden waar het gebied onderdeel van uitmaakt, of van een economisch of politiek samenwerkingsverband. Je kunt er uiteraard nog veel meer namen van afzonderlijke landen, staten, provincies en regio's in die gebieden aan toevoegen. Probeer zelf uit het zoeken van literatuur te achterhalen welke namen het meest gebruikt worden en welke voor jouw doel het beste werken.

Midden-America Rusland Noord-Amerika Zuid-Azië
Central America(n) Russia(n) North-America(n) Indian Subcontinent
Latin America North Asia America South Asia(n)
Caribbean European Russia US India(n)
Middle America Asiatic Russia USA Himalayan
Ibero-America Asian Russia United States Southern Asia
North America Eurasia Canada, Canadian SAARC
Americas (former) Soviet-Union Americas  
CAFTA CIS NAFTA  
CARICOM      

Speciale hulpmiddelen voor zoektermen geowetenschappen

Voor wetenschappelijke termen:

Voor geografische namen:

veel meer Geo gazetteers en namendatabases via UNGEGN

 

NB Let bij geografische namen op dat deze door de tijd kunnen wijzigen (Indië-Indonesië, Birma-Myanmar) en dat de spelling soms heel subtiel verschilt in verschillende talen (Chili-Chile, Birma-Burma).

Zoektermen bedenken

Het bedenken van de juiste zoektermen is een van de belangrijkste onderdelen van je zoekstrategie.

Ga bij elk onderdeel van je zoekvraag op zoek naar de bijbehorende termen. Denk hierbij aan:

  • ​synoniemen (trouwerij / bruiloft)
  • bredere termen (universiteit / hoger onderwijs)
  • smallere termen (kinderen / kleuters)
  • verwante termen (training / coaching)
  • antoniemen (termen met een tegenovergestelde betekenis, zoals ouder en kind of ziek en gezond)
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • termen die iets zeggen over tijd en ruimte (bijv. periodes, eeuwen, plaatsnamen, landen) 

Denk bij elk van deze termen ook aan de verschillende woordvormen:

  • bijvoorbeeld enkelvoud / meervoud 
  • werkwoordvervoegingen
  • zelfstandig / bijvoeglijk naamwoord e.d.)
  • spellingsvarianten (labor / labour)
  • gebruikte afkortingen
  • vertaling naar voor onderwerp en vakgebied relevante talen

​Corrigeer je zoektermen naar aanleiding van wat je tegen komt in je zoekresultaten. Als je dit van het begin af aan doet zie je snel welke (nieuwe) termen de juiste resultaten opleveren en welke niet. Herhaal dit zolang als nodig.

Je hoeft niet alles zelf te verzinnen. Maak gebruik van hulpmiddelen:

  • woorden uit een verkenning op bijvoorbeeld Wikipedia
  • woorden uit de zoekresultaten van zoekmachines
  • woorden uit reeds gevonden bronnen, bijvoorbeeld door de auteur meegeleverde trefwoorden (author keywords)
  • woordenboeken
  • thesauri (overzichten van geselecteerde woorden of concepten en hun onderlinge relatie binnen een bepaald interesse- of vakgebied, vaak aangeboden bij grote zoeksystemen)