Skip to main content
Universiteitsbibliotheek – LibGuides

Citeren: Train jezelf

Oefening baart kunst

Lees onderstaande tekst en beantwoord de bijbehorende vragen. De antwoorden vind je onderaan de pagina.

`De doorbraak van de consumptiecultuur gaat in de jaren ‟50 gepaard met de toename van geïllustreerde tijdschriften en de opmars van de reclame-industrie. Producten en diensten worden publiekelijk geadverteerd en dienen op te vallen tussen het snel groeiende aanbod. Vanaf het midden van de jaren ‟50 neemt het aantal en de professionaliteit van advertenties en in kranten en tijdschriften aanzienlijk toe. Onder invloed van Amerikaanse producten en reclamestrategieën worden deze grafisch en fotografisch meer gesofisticeerd. In zekere mate borduren ze voort op het werk van de typografen en fotomonteurs uit het interbellum.’

J. Pas, `The Magazine is the Message: het papieren netwerk van de Europese neo-avant-garde (1958-1963)’, TS. Tijdschrift voor tijdschriftstudies (2014) 35, p. 37-58, p. 48.

Vraag 1. Citeren

Je wilt informatie uit bovenstaande tekst citeren in je paper. Welke van de twee onderstaande bewerkingen is goed?

A
De doorbraak van de consumptiemaatschappij ging in de jaren vijftig gepaard met de toename van geïllustreerde tijdschriften. Vanaf het midden van de jaren ‟50 namen advertenties en in kranten en tijdschriften in aantal en professionaliteit aanzienlijk toe. (Pas 2014, p. 48)

B
Zoals Johan Pas in 2014 opmerkte: “De doorbraak van de consumptiecultuur gaat in de jaren ‟50 gepaard met de toename van geïllustreerde tijdschriften en de opmars van de reclame-industrie. […] Vanaf het midden van de jaren ‟50 neemt het aantal en de professionaliteit van advertenties en in kranten en tijdschriften aanzienlijk toe.” (Pas 2014, p. 48)

Vraag 2. Parafraseren

Je wilt een deel van bovenstaande passage parafraseren. Welke van de twee onderstaande bewerkingen is de beste?

A
De doorbraak van de consumptiemaatschappij leidde in de jaren vijftig tot een toename van het aantal geïllustreerde tijdschriften. Advertenties in kranten tijdschriften werden vanaf het midden van het decennium steeds professioneler. (Pas 2014, p. 48)

B
Johan Pas signaleert in een artikel over Europese neo-avant-gardistische tijdschriften dat het aantal geïllustreerde tijdschriften in de jaren vijftig toenam als gevolg van de opkomst van de consumptiemaatschappij. (Pas 2014, p. 48)

Vraag 3.

Zijn de onderstaande beweringen juist of onjuist?

1. Als ik informatie van een website overneem hoef ik de bron niet te vermelden; informatie op internet is immers vrij toegankelijk.

2. Als ik in een alinea verschillende keren informatie aan dezelfde bron ontleen kan ik volstaan met het eenmalig verwijzen naar de bron aan het eind van de alinea.

3. Als ik informatie ontleen kan ik het zo nauwgezet mogelijk de oorspronkelijke formulering aanhouden.

In een paper neem je de volgende informatie over uit een bron. Welke bewering vraagt om bronvermelding?

A Het koninkrijk der Nederlanden werd gesticht in 1813.

B Het koninkrijk der Nederlanden ontstond in onzekere en onoverzichtelijke tijden.

Antwoorden en feedback

Vraag 1. Welke van de twee bewerkingen is goed?

A Onjuist; er zijn wijzigingen gepleegd ten opzichte van de oorspronkelijke tekst. Bij een citaat hou je de oorspronkelijke tekst letterlijk aan, inclusief eventuele fouten (die je kunst signaleren d.m.v. de toevoeging '[sic]'). De ontleende passage plaats je tussen dubbele aanhalingstekens.

B Juist: de passage is correct geciteerd en er wordt verwezen naar de bron.

Vraag 2. Welke van de twee bewerkingen is de beste?

A Onjuist: hoewel de zinsbouw en woordkeus afwijken van de oorspronkelijke tekst blijven deze te dicht bij het origineel.

B Juist: de passage is in eigen woorden geformuleerd.

Vraag 3. Zijn de beweringen juist of onjuist?

1. Onjuist: dat informatie vrij toegankelijk is wil niet zeggen dat je bronvermelding achterwege mag laten. Vermeld in dit geval altijd de URL van de website en de datum waarop je aan de bron hebt ontleend.

2. Onjuist: wees precies en plaats na elk citaat of elke parafrase een noot met bronvermelding. Zo is duidelijk welke informatie in de tekstpassage van jezelf is en wat je aan derden hebt ontleend.

3. Onjuist: in het algemeen kun je beter parafraseren; een grote hoeveelheid citaten draagt niet bij aan de leesbaarheid van je tekst. Door beweringen van anderen in je eigen woorden om te zetten – uiteraard met behoud van de oorspronkelijke betekenis – draag je bij aan de eenheid van toon in je tekst. Ook laat je zien dat je de strekking van de oorspronkelijke tekst begrijpt.

In een paper neem je de volgende informatie op. Welke bewering vraagt om bronvermelding?

B: het gaat hier om een subjectieve observatie, terwijl onder A een algemeen bekend historisch feit wordt vermeld.